In februari stelde de RCDV de nieuwe Handleiding Regionale risico-inventarisatie en -analyse vast: fenomeenanalyse, veerkracht, een levend document. Het risicoprofiel zelf blijft intussen wat het was: een rapport dat eens per vier jaar wordt vastgesteld. Die twee passen niet vanzelf bij elkaar. Hoe groot het verschil kan zijn? Hetzelfde transport telt bij de ene windrichting 232 mensen in het effectgebied, bij de andere nul. Daarover verderop meer.
Wat er in februari veranderde
Op 27 februari 2026 stelde de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio de Handleiding Regionale risico-inventarisatie en -analyse vast. Die vervangt de Handreiking Regionaal Risicoprofiel uit 2009. Alle 25 veiligheidsregio’s waren bij de ontwikkeling betrokken, het NIPV voert het beheer.
Zeventien jaar ligt er tussen die twee documenten, en dat is te zien. De nieuwe handleiding verschuift het accent van risicoschatting naar fenomeenanalyse, voegt een veerkrachtsanalyse toe, vraagt om systemisch kijken naar samenhang en verwevenheid, en noemt zichzelf een levend document waarin nieuwe ontwikkelingen direct worden verwerkt. Dat is de stap die de sector zelf heeft gevraagd: Brandweer Nederland adviseerde in 2023 al om toe te werken naar een cyclisch, lerend model, omdat een profiel dat eens per vier jaar wordt gemaakt niet meer past bij een veranderende omgeving (adviesrapport).
Blijft één ding staan. De methode is nu lerend en dynamisch. Het profiel zelf nog niet.
Waarom dit nu speelt
De meeste lopende risicoprofielen naderen het einde van hun looptijd, en de eerstvolgende actualisering is voor veel regio’s de eerste die met de nieuwe handleiding wordt gemaakt. Het voorbereidende werk daarvoor begint dit jaar. Dat maakt dit ook een bestuurlijk moment: het risicoprofiel wordt door het algemeen bestuur vastgesteld en is de onderlegger voor het beleidsplan, de capaciteitenafwegingen en de risicocommunicatie. Wat een regio nu inricht, bepaalt hoe het profiel de komende beleidsperiode werkt. Er zijn collega’s die daar al naar handelen: minstens één veiligheidsregio heeft inmiddels een projectleider Dynamisch Risicoprofiel aangesteld, en die term komt niet uit de markt maar uit de sector zelf.
Drie snelheden in één regio
Het achtergronddocument bij de handleiding zet de actualiseringsfrequenties nuchter naast elkaar. Veiligheidsbeelden worden dagelijks tot wekelijks bijgewerkt. Brand- en zorgrisicoprofielen ongeveer jaarlijks. En het regionaal risicoprofiel ongeveer eens per vier jaar.
Drie producten, één regio, drie werkelijkheden. En het risicoprofiel is nu juist het document waarin de andere twee zouden moeten samenkomen.
Dat wringt het hardst bij de nieuwe multi-criteria-analyse. Die kijkt door vier lenzen naar elk risicotype: feitelijke impact, waarschijnlijkheid, perceptie, en als vierde beweeglijkheid en onbekendheid. Bij die vierde lens telt onder meer of de waarschijnlijkheid en de impact de komende jaren naar verwachting veranderen: nemen beide toe, dan scoort het risico een 3, neemt één van beide toe een 2, en bij geen toename of afname een 0.

Wat een dynamisch risicoprofiel is
Een dynamisch risicoprofiel is geen ander risicoprofiel. Het is hetzelfde profiel, uitgevoerd als instrument in plaats van als document. Het vervangt niets van wat er in de handleiding staat; het maakt de stappen uitvoerbaar op een willekeurig moment in plaats van invulbaar op één moment per cyclus.
Het patroon eronder bestaat uit vier lagen, en die zijn voor elk risicotype gelijk. Alleen de vulling verschilt.
Het statische kader
Wat er nu in het profiel staat: de route met het invloedsgebied, de risicocontouren, de aandachtsgebieden voor brand, explosie en gifwolk.
De actuele situatie
Wat er op dit moment werkelijk is. Welk transport er rijdt en wat erin zit, of wat er op dit uur in de installatie aanwezig is.
De analyse
Wat dat betekent voor het gebied: het effectgebied, de mensen die erin zijn, de gebouwen en hun kwetsbaarheidsclassificatie.
Het handelingsperspectief
Wat daaruit volgt voor profiel en beleid: welke maatregel of welk advies hierbij hoort, waar capaciteit nodig is, en wat dit betekent voor planvorming en risicocommunicatie.
Zodra dat patroon vastligt, is elk volgend risicotype een kwestie van vier lagen vullen. Niet opnieuw ontwerpen, niet opnieuw discussiëren over definities. En omdat het beeld één keer wordt gevuld, is het in de koude, lauwe en warme fase hetzelfde beeld.
Waarom een paar kaartlagen hier niet volstaan
De eerste gedachte is vaak: dit kunnen we opvangen met extra kaartlagen in de bestaande viewer. In de praktijk loopt dat op twee punten vast.
Het effectgebied is geen laag
Het bestaat niet tot het is uitgerekend, uit stof, lekgrootte, windrichting, windsnelheid en atmosfeer. Een kaartlaag toont een vastgelegde toestand; hier moet die toestand opnieuw ontstaan zodra een parameter verandert.
Tijd is geen laag maar een as
Hoeveel mensen er in een gebied zijn, hangt af van het uur van de dag. Om te weten welke situatie maatgevend is, moet de hele dag en de hele windroos worden doorgerekend: honderden geometrieën, die tekent niemand.
Daar komt het beheer bij: elk getal dat in een bestuurlijk stuk terechtkomt moet herleidbaar zijn tot een bron en een versie, zonder dat iemand dat handmatig bijhoudt. Dat is precies het onderscheid tussen een viewer en een digital twin: een model van het gebied waarin objecten, toestanden en relaties zijn vastgelegd en waarover gerekend kan worden.
Het is meteen het schaalargument. Vijfentwintig regio’s die vijfentwintig keer hetzelfde huiswerk maken is precies de versnippering waar de Inspectie Justitie en Veiligheid in 2025 op wees toen ze aanbeval om gelijksoortige structuren en hetzelfde begrippenkader vast te leggen. Op een regiogrens hoort hetzelfde incident er aan beide kanten hetzelfde uit te zien.

Aannemen mag, tellen kan
Het achtergronddocument is er nuchter over: voor het inschatten van de omvang van kwetsbare groepen is een globaal beeld voldoende, een inschatting of aanname van de gemiddelde grootte. Dat is een verstandige regel. Het was ook de enige haalbare regel, in een tijd waarin tellen duur was.
Die tijd is voorbij. De hectarestatistiek van het CBS, de BAG en de openbare registers van risicobronnen en transportroutes geven het gebied per hectare, per gebouw en per route. Het achtergronddocument zegt het zelf: een veiligheidsregio hoeft weinig zelf te meten, want de openbare informatie is er al.
Wat ontbreekt is niet de data. Wat ontbreekt is het instrument dat die data samenbrengt en er een beeld van maakt dat in elke regio op dezelfde manier gelezen wordt.
Hoe groot dat verschil is, laat het rekenvoorbeeld hieronder zien: één transport met een tot vloeistof verdicht giftig gas over een spoortraject door bebouwd gebied, één lekgrootte, en alleen de windrichting als variabele.


En dan gaat het nog alleen over de wind. Een bedrijventerrein om drie uur ’s nachts is een ander gebied dan hetzelfde terrein om drie uur ’s middags, met een andere bevolking, een andere zelfredzaamheid en een ander handelingsperspectief.
Het gesprek met de data-eigenaar is veranderd
Voor de actuele laag is een regio afhankelijk van anderen: wat er werkelijk rijdt, vaart of aanwezig is, weet de infrabeheerder, de havenmeester of het bevoegd gezag. Dat gesprek staat er sinds kort anders voor. Sinds 15 augustus 2026 moeten ongeveer vijfhonderd aangewezen kritieke entiteiten onder de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten hun eigen risicobeoordeling maken en onderhouden. Veiligheidsregio’s zijn van die wet uitgezonderd, maar de plicht landt bij precies de partijen waar regio’s al jaren om gegevens vragen; de handleiding noemt de CER-inventarisatie inmiddels ook als informatiebron. Het verzoek is daarmee geen gunst meer, het is een gedeeld belang. En een werkend beeld dat in dertig seconden laat zien wat er met hun gegevens zichtbaar wordt, overtuigt sneller dan een brief.

Klein beginnen kan
Een veelgehoorde kanttekening is dat de actuele data er nog niet is. Dat klopt, en het hoeft geen reden te zijn om te wachten.
De volwassenheid loopt in drie stappen, met steeds dezelfde structuur eronder. Eerst modellen en aannames: reproduceerbaar, toetsbaar, en volledig op te bouwen uit openbare registers. Dan historische reeksen: patronen in plaats van momenten, waar de beweeglijkheid van een risico voor het eerst een onderbouwing krijgt in plaats van een inschatting. En ten slotte het actuele beeld. Wie bij stap één begint hoeft later niets over te doen, en ziet bovendien welke gegevensbron de meeste waarde oplevert nog voordat iemand een koppeling bouwt.
Concreet begint het klein: leg het patroon van vier lagen vast in een document van een paar bladzijden, voer de eerste gesprekken met data-eigenaren met een werkend beeld op tafel, en vul een tweede risicotype om te bewijzen dat het patroon houdt.
Het patroon en de datadefinities zouden wat ons betreft publieke kennis moeten zijn: wij bouwen en leveren het platform waarop het draait, de methode hoort van de sector te zijn. De handleiding heeft de methode bij de tijd gebracht. Het gereedschap is aan de beurt.

Zelf zien hoe uw regio erbij staat?
Argaleo Digitwin is het digital twin platform waar tientallen Nederlandse gemeenten, veiligheidsregio’s en provincies dagelijks mee werken. Wie wil zien hoe de eigen regio eruitziet in een dynamisch risicoprofiel, opgebouwd uit openbare registers en met de eigen risicotypen in beeld, kan dat in één sessie van een uur bekijken. Geen implementatietraject vooraf, geen data-aanlevering nodig.
Veelgestelde vragen
Wat is een dynamisch risicoprofiel?
Wat is er veranderd in de Handleiding Regionale risico-inventarisatie en -analyse van 2026?
Wat is een fenomeenanalyse?
Kan dit niet gewoon met een paar extra kaartlagen in onze bestaande viewer?
Welke data is nodig voor een dynamisch risicoprofiel?
Wat kost het om hiermee te beginnen?
meer nieuws
Schrijf je nu in voor de nieuwsbrief en blijf op de hoogte van onze digital twin innovaties!
In Digitwin is voor elk gebied in Nederland te zien wat er in de eerste 72 uur van een langdurige stroomuitval gebeurt: per uur welke voorzieningen op netspanning staan, welke op noodstroom draaien en welke zijn uitgevallen, op basis van openbare data.
DHM en Argaleo rekenen een faseringsplanning door op de omgeving: omleidingen per vervoerswijze, getroffen adressen, bedrijven en buslijnen. Volledig op openbare data, met groot onderhoud aan de N231 Zuid als casus. Te zien op de Landelijke Omgevingsmanagementdag op 8 oktober.
Het ministerie van IenW publiceert landelijke loop-, fiets- en e-bikebaarheidsscores. De methodiek bouwt voort op de bereikbaarheidsscores die Argaleo met SmartwayZ.NL, Tour de Force en Natuur en Milieu ontwikkelde in het Digitwin-platform.
Argaleo is de coverstory van Regio Business, editie Oost-Brabant. Jeroen Steenbakkers over schaalbaar bouwen, meedenken in plaats van verkopen, en de ambitie van landelijke dekking.
De Handleiding Regionale risico-inventarisatie en -analyse (2026) maakt de methode voor het regionaal risicoprofiel lerend en dynamisch. Het product nog niet. Wat een dynamisch risicoprofiel is, waarom kaartlagen niet volstaan en hoe u begint.
Samen met de gemeente Helmond en KPN brengt Argaleo sensordata, openbare bronnen en gemeentelijke gegevens veilig samen in de Digitwin. Dezelfde wegdeksensor helpt zo bij gladheidsbestrijding én hittestress.

